A. Algemeen.
Artikel 1: Betekenis Leerlingenstatuut.
Het leerlingenstatuut legt de rechten en plichten van de leerlingen vast.
Artikel 2: Begripsbepaling.
In dit statuut wordt bedoeld met:
a. Leerlingen: alle leerlingen die staan ingeschreven bij de Walewyc VMBO
b. School: Walewyc VMBO
Vredesplein 11
5142 RA Waalwijk.
c. Schoolleiding: de directeur en de adjunct-directeur of hun vervangers.
d. Bevoegd gezag (schoolbestuur): Ons Middelbaar Onderwijs
Postbus 574
5000 AN Tilburg.
e. Ouders/verzorgers: vader en/of moeder, voogden en verzorgers van de leerlingen. Waar in dit reglement gesproken wordt over ouders dient men te lezen ouders/verzorgers.
f. Leraren: personeelsleden die les geven in de school, ook de stagiaires.
g. Onderwijs ondersteunend personeel: personeelsleden die een andere taak hebben dan lesgeven.
h. Mentor: leraar aangewezen om een groep leerlingen gedurende het schooljaar te begeleiden.
i. Afdelingsleider: leraar aangewezen om een leerjaargroep gedurende het schooljaar te begeleiden.
j. Vaksectie: een groep leraren die in hetzelfde vakgebied les geven.
k. Leerlingenraad: een uit en door leerlingen gekozen groep leerlingen, die de leerlingen vertegenwoordigt en hun belangen behartigt als bedoeld in artikel 12 van de WMO
l. Medezeggenschapsraad: het vertegenwoordigend orgaan van de school, bestaande uit ouders/leerling, onderwijzend personeel en onderwijs ondersteunend personeel als bedoeld in artikel 4 van de WMO.
m. Klachtencommissie: een commissie van beroep die bestaat uit een lid van het onderwijzend personeel, een lid van de schoolleiding en een ouder uit de ouderraad.
n. Schoolgids: jaarlijkse informatiegids over zaken die de school betreffen.
o. Inspecteur: de persoon die belast is met het toezicht op het voortgezet onderwijs, bedoeld in artikel 113 en 114 van de Wet op het Voortgezet Onderwijs.
Artikel 3: Procedure.
Het leerlingenstatuut wordt vastgesteld of gewijzigd door het bevoegd gezag. Het voorstel moet daarvoor de instemming hebben van de medezeggenschapsraad.
De leerlingenraad geeft voordien advies aan de medezeggenschapsraad.
Het leerlingenstatuut kan tussentijds ook worden gewijzigd op voorstel van de medezeggenschapsraad, de leerlingenraad, 10 leerlingen, 10 ouders of de schoolleiding.
Na wijziging vindt altijd vaststelling plaats door bevoegd gezag.
Artikel 4: Geldigheidsduur.
Het leerlingenstatuut geldt voor 1 jaar en wordt vervolgens voor een periode van 2 jaar, al dan niet gewijzigd, vastgesteld.
Artikel 5: Toepassing.
Het leerlingenstatuut geldt voor bestuur, alle medewerkers, leerlingen en ouders.
Artikel 6: Publicatie.
Per leerling wordt één exemplaar van het leerlingenstatuut uitgereikt. Dit gebeurt ook na elke wijziging van het leerlingenstatuut.Een exemplaar van het leerlingenstatuut ligt ter inzage op de administratie van de school.
In de schoolgids wordt gewezen op het bestaan van het leerlingenstatuut.
B. Regels over het onderwijs.
Artikel 7: Het geven van onderwijs door docenten:
1. De leerlingen hebben er recht op dat de docenten zich inspannen om naar behoren onderwijs te geven. Het gaat onder meer om zaken als:
- redelijke verdeling van de lesstof over de lessen;
- goede presentatie en duidelijke uitleg van de stof;
- kiezen van geschikte schoolboeken;
- aansluiting van het opgegeven huiswerk bij de behandelde stof en te behandelen stof.
2. Als een docent naar het oordeel van een leerling of een groep leerlingen niet goed onderwijs geeft, dan wordt dat door de leerling(en) in eerste instantie aan de orde gesteld bij de betrokken docent. Blijkt dat niet mogelijk of levert dit geen bevredigend resultaat op dan kunnen achtereen¬volgens de mentor en de afdelingsleider, adjunct directeur en directeur worden ingeschakeld.
3. Binnen 5 schooldagen krijgt de leerling(en) een reactie op de klacht.
4. Is deze reactie naar het oordeel van de leerling(en) niet afdoende, dan kan bij de klachtencommissie beroep worden aangetekend.
Artikel 8: Het volgen van onderwijs door leerlingen, huiswerk.
1. De leerlingen zijn verplicht alle lessen, die volgens het lesrooster zijn voorgeschreven geheel te volgen en zich zodanig te gedragen dat een ordelijk verloop van de lessen mogelijk is.
2. De leerlingen behoren het geschikte lesmateriaal voor elk lesuur bij zich te hebben.
3. De leerlingen hebben de plicht het opgegeven huiswerk, zowel schriftelijk werk als leerwerk of andere opdrachten naar behoren te verzorgen.
Kan een leerling door omstandigheden zijn huiswerk niet verzorgen, dan laat hij/zij dat voor het begin van zijn lessen weten via een schriftelijke mededeling van zijn ouders aan de directie.
4. De leerlingen mogen in redelijke mate belast worden met huiswerk.
5. Indien bij het begin van een lesuur de docent (nog) niet aanwezig is, blijft de leerlingengroep in het lokaal. Eén leerling informeert dan bij de directie of de les doorgang vindt.
6. Na een vakantieperiode van minstens een week geldt de eerste schooldag als een huiswerkvrije dag, met uitzondering van leerjaar 4.
7. Iedere klas/groep krijgt een mentor toegewezen. Bij alle mogelijke problemen inzake lessen, huiswerk en proefwerk is hij/zij na de betrokken leraar de eerste waar de leerlingen terecht kunnen.
Artikel 9: Toetsing.
1. Toetsing kan geschieden door;
- overhoringen schriftelijk of mondeling
- proefwerken
- werkstukken / spreektoetsen/practica
- groepsopdrachten
- tekstverklaring / luistertoetsen
- schoolexamen
- centraal examen
2. Een schriftelijke/ mondelinge overhoring van huiswerk moet altijd minstens één les van te voren worden opgegeven .
3. Een proefwerk moet tenminste drie dagen van te voren opgegeven zijn en behoudens overmacht binnen twee weken daarna gecorrigeerd zijn.
4. De opgaven van een toetsing moeten overeenkomen met de opgegeven stof.
5. De leraren moeten van te voren duidelijk aangeven of de toets een schriftelijke overhoring of een proefwerk is.
6. Bij geoorloofd verzuim van de proefwerken heeft de leerling de verplichting het proefwerk in te halen, behoudens overmacht.
7. Voor ongeoorloofd verzuimde proefwerken/ niet tijdig ingeleverde werkstukken noteert de leraar het cijfer 1. De leerling heeft dan geen recht op inhalen, maar de leraar kan dan alsnog een inhaalproefwerk geven. De eerder gescoorde 1 kan meetellen.
8. Een proefwerk wordt nabesproken. De leerling heeft het recht het werk in te zien.
9. De normen van de beoordeling van een toetsing worden door de docent meegedeeld en zonodig toegelicht. Binnen de vaksectie worden zoveel mogelijk dezelfde normen gehanteerd.
10. Er dient een redelijke verhouding te bestaan tussen de omvang en de moeilijk¬heidsgraad van de leerstof en het proefwerk.
11. Een leerling mag 2 proefwerken en 1 overhoring of 3 overhoringen per schooldag krijgen. Bij inhalen kan van deze regel worden afgeweken.In clusters kan daar incidenteel van afgeweken worden. (max. 1 proefwerk erbij) Daarnaast blijft artikel 9.2 gehandhaafd. Dit artikel geldt niet tijdens proefwerkweken.
12. Van een overhoring, proefwerk en werkstuk/spreekbeurt moet door de docent van te voren duidelijk aangegeven worden hoe de weging is bij het vaststellen van een rapportcijfer. De docent dient ook aan te geven hoe werkstukken/verslagen etc. ingeleverd dienen te worden.
13. Wie het niet eens is met de beoordeling van een toetsing, tekent eerst bezwaar aan bij de betreffende docent. Blijkt dit niet mogelijk of levert dit geen bevredigend resultaat op dan kunnen achtereenvolgens de mentor, de afdelingsleider, adjunct-directeur en/of directeur worden ingeschakeld. Deze zullen elk binnen 5 schooldagen reageren.
14. Frauderen tijdens een toetsing wordt door de leraar beoordeeld en bestraft.
Artikel 10: Rapporten
1. Een rapport geeft de leerling en zijn ouder een overzicht van zijn prestaties voor alle vakken over een bepaalde periode.
2. Een rapportcijfer mag niet op grond van slechts één toetsing worden vastgesteld.
3. De berekening van het rapportcijfer dient voor elk vak aan het begin van het schooljaar voor alle rapporten aan de leerling te worden meegedeeld.
4. Rapportvergaderingen zijn besloten, d.w.z. niet toegankelijk voor leerlingen en ouders.
Artikel 11: Overgaan / Doubleren.
1. Het vaststellen en wijzigen van overgangsnormen, het feitelijke bevorderen en laten doubleren is exclusief het recht van de lerarenvergadering.
2. De normen waaraan een leerling moet voldoen om over te gaan zijn openbaar en staan gepubliceerd in de schoolgids, waarvan elke leerling aan het begin van het schooljaar een exemplaar krijgt.
3. Een leerling mag slechts eenmaal een bepaald leerjaar doubleren. Maximale verblijfsduur is 5 jaar (wettelijke verplichting m.i.v. de invoering van de basisvorming).
Artikel 12: Verwijdering op grond van de leerprestaties.
1. Het is niet toegestaan een leerling in de loop van het schooljaar op grond van onvoldoende leerprestaties van school te sturen, ook niet na een keer zittenblijven van de leerling. De schoolleiding kan aan een leerling wel een advies geven zich voor een andere school op te geven.
2. Een leerplichtige leerling mag slechts worden uitgeschreven als leerling van een school, wanneer deze leerling elders is ingeschreven of van de leerplicht is vrijgesteld.
Bij definitieve verwijdering is het bepaalde in artikel 22 van toepassing.
C. Regels over de school als organisatie en gebouw.
Artikel 13: Toelating.
1. Het schoolbestuur stelt op voorstel van de schoolleiding en met inachtneming van hetgeen daarover is vastgesteld in het medezeggenschapsreglement de criteria vast op grond waarvan een nieuw aangemelde leerling tot de school kan worden toegelaten. De schoolleiding draagt zorg voor voldoende informatie hierover aan de aspirant-leerling en zijn ouders.
2. Indien een nieuw aangemelde leerling op grond van de crite¬ria bedoeld in artikel 13.1 niet wordt toegelaten, deelt de schoolleiding dit besluit onder opgave van redenen schriftelijk aan de betreffende aspirant-leerling en aan diens ouders mee. Daarbij dient de schoolleiding te wijzen op de inhoud van artikel 13.3 en 13.4.
3. Binnen dertig dagen na dagtekening van de in artikel 13.2 bedoelde mededeling kan door de nieuw aangemelde leerling en zijn ouders aan het schoolbestuur schriftelijk om herziening van het besluit worden verzocht.
4. De algemeen directeur van de Scholengroep neemt zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen dertig dagen na ontvangst van het herzieningsverzoek een beslissing, al dan niet na het horen van deskundigen. Het schoolbestuur kan zich over het herzieningsverzoek eerst uitspreken nadat de nieuw aangemelde leerling en -indien deze minderjarig is- ook zijn ouders zijn gehoord en deze inzage hebben gehad in alle terzake uitgebrachte adviezen en rapporten.
Artikel 14: Leerlingenraad.
1. De leerlingen hebben het recht een vertegenwoordiging te kiezen: de leerlingenraad. Er is een leerlingenraad voor de onderbouw en een voor de bovenbouw. De leerlingenraad bestaat uit 1 lid uit iedere klas.
2. De leerlingenraad wordt begeleid door de afdelingsleider van de betreffende bouw.
3. De leerlingenraad kan gevraagd of ongevraagd advies uitbrengen aan de medezeggenschapsraad over zaken die van belang zijn voor leerlingen.
4. De leerlingenraad heeft het recht om in overleg met de afdelingsleider op een publicatiebord mededelingen te publiceren met inachtneming van artikel 15.1.
Artikel 15a: Voorkoming en bestrijding van seksuele intimidatie, racisme en geweld.
1 Seksistisch taalgebruik, seksueel getinte grappen, seksistische toespelingen, seksistische handelingen kunnen/zullen niet worden getolereerd;
2 Het ophangen/verspreiden van affiches, posters, tekeningen die aanstootgevend zijn en waarop personen als minderwaardig of als lustobject worden afgebeeld, is niet toegestaan;
3 Publicaties in een schoolkrant mogen niet seksistisch zijn of anderszins beledigend;
4 Agressief gedrag, geweld t.o.v. leerlingen en medewerkers binnen de school wordt bestraft;
5 Het bij zich dragen en/of gebruiken van drugs, alcohol, wapens, messen en vuurwerk is in de school en op en rond het schoolterrein is verboden. Dit geldt ook tijdens bijeenkomsten die buiten de school, door de school worden georganiseerd
Indien noodzakelijk neemt de schoolleiding passende maatregelen;
6 Het aanspreken van leerlingen, collega's en andere personen dient respectvol te gebeuren;
7 Er zullen heldere afspraken moeten zijn t.a.v. de omgang tussen docenten en leerlingen tijdens excursies, schoolreizen en/of buitenactiviteiten.
8 Het thuis of buiten schooltijd uitnodigen van een individuele leerling door een medewerker van de school, om problemen te bespreken of hem/haar extra leshulp te geven, moet bekend zijn bij een van de directieleden.
9 Sancties volgen indien seksuele intimidatie, racisme, agressief gedrag of geweld door leerling of leraar wordt geconstateerd.
10 Mogelijke maatregelen naar aanleiding van seksuele intimidatie, racisme, agressief gedrag en/of geweld zijn: negatieve aantekening in LVS, officiële berisping, schorsing, ontslag, verwijdering van school of andere maatregelen;
11 De regeling ter voorkoming en bestrijding van seksuele intimidatie, racisme agressie en geweld ligt op school ter inzage.
Artikel 15b: De vertrouwenspersoon.
1 Eenieder die aangaande seksuele intimidatie, racisme, agressie en/of geweld in vertrouwen wordt genomen dient te handelen als zijnde vertrouwenspersoon.
2 De school benoemt een of meer interne vertrouwenspersonen voor de leerlingen.
3 Voor de leerlingen is de schoolarts een extern vertrouwenspersoon
Artikel 16: Vrijheid van uiterlijk.
1 De schoolleiding heeft de bevoegdheid voorschriften te geven en te wijzigen inzake uiterlijk en kleding van leerlingen.
2 De schoolleiding kan alleen bepaalde kleding verplicht stellen wanneer deze kleding aan bepaalde gebuiks- of veiligheidseisen moet voldoen.
Artikel 17: Leerlingenadministratie en privacy.
1. De leerling is gerechtigd aan een of meer personeelsleden gegevens vertrouwelijk te verstrekken. Het betreffende personeelslid is gerechtigd bedoelde gegevens metterdaad vertrouwelijk te houden. Ook tegenover overige leden van het personeel, het schoolbestuur en de ouders.
2. Het personeel is gerechtigd ook contact te onderhouden met de ouder die daartoe door de leerling wordt aangewezen. Een en ander tenzij de betreffende ouder krachtens gerechtelijke beslissing van dat contact is uitgesloten.
3. Ten aanzien van de gegevens die worden opgenomen in de leerlingenadministratie en de daarbij in acht te nemen privacy geldt hetgeen is bepaald in het door het schoolbestuur vastgestelde privacyreglement, waarvan de tekst als bijlage aan dit statuut is toegevoegd.
Artikel 18: Leerlingenraad.
1 De leerlingenraad is bevoegd desgevraagd of uit eigener beweging advies uit te brengen aan de medezeggenschapsraad met name over die aangelegenheden die de leerlingen in het bijzonder aangaan.
2. Voor activiteiten van de leerlingenraad stelt de schoolleiding in redelijke mate materialen ter beschikking.
Artikel 19: Schoolse activiteiten.
1. Elke leerling is verplicht deel te nemen aan alle niet les¬activiteiten in en buiten de school die onder schooltijd vallen (tot 16.15uur), zo ook op vrijdagmiddag!
2. Indien de leerling niet aan de eventuele financiële verplichting voldaan heeft wordt deze uitgesloten van de betreffende activiteit. In plaats van deelname aan de activiteit volgt de leerling vervangende lessen.
3. Van alle activiteiten door de school georganiseerd en goedgekeurd, wordt aan de ouders schriftelijk mededeling gedaan.
4. Wangedrag kan reden zijn van uitsluiting van activiteiten.
5. Het in bezit hebben, doorgeven en/of gebruiken van alcoholische drank, drugs, vuurwerk, wapens en voorwerpen die als wapens gebruikt kunnen worden op school en tijdens bijeenkomsten die door de school zijn georganiseerd, is niet toegestaan.
Artikel 20: Orderegels op school, straffen.
1. De algemene orderegels van de school worden beschreven in het leerlingenreglement, dat jaarlijks aan de leerlingen wordt uitgereikt.
2. Straffen voor overtredingen van de algemene orderegels worden gegeven overeenkomstig de zwaarte en frequentie van de overtreding. Ze bestaan meestal uit het opeisen van vrije tijd die eventueel met het vervullen van taken ten behoeve van de school wordt doorgebracht.
3. Wanneer er naar het oordeel van de schoolleiding sprake is van een ernstig vergrijp volgt schorsing.
4. Herhaling van schorsing kan een procedure voor definitieve verwijdering in werking stellen.
5. Voor de procedures rond schorsing en verwijdering is de schoolleiding verplicht zich te houden aan het bepaalde in artikel 23 en 24.
Artikel 21: Schade.
1. Ten aanzien van de aansprakelijkheid bij schade die door leerlingen of aan leerlingen toegebracht is, gelden de desbetreffende bepalingen van het Burgerlijk Wetboek.
2. De school stelt de ouders van een minderjarige leerling in kennis van het feit dat deze schade heeft veroorzaakt en spreekt de ouders hierop aan.
De meerderjarige leerling wordt persoonlijk aangesproken.
3. Tegen een leerling die opzettelijk schade toebrengt aan het schoolgebouw, eigendommen van de school of eigendommen van derden, kunnen door de schoolleiding strafmaatregelen worden getroffen.
Artikel 22: Verlof- en verzuimregelingen voor leerlingen.
1. Bij kort verzuim en voor artsenbezoek, tandarts e.d. gaat de leerling met een briefje van de ouders naar de directie.
2. Ziekmeldingen moeten schriftelijk of telefonisch tussen 07.45 uur en 8.10 uur bij de administratie gemeld worden.
Terugkomst melden bij de administratie.
Indien een leerling tijdens de lessen ziek wordt, meldt hij zich bij de directie. De administratie geeft zo mogelijk telefonisch door aan de ouders dat de leerling ziek naar huis komt.
3. In een aantal gevallen kunnen de leerlingen een halve of hele schooldag geoorloofd verzuimen. Voorbeelden zijn: verhuizing, huwelijk en overlijden van bloedverwanten, ernstige ziekte, ambts- en huwelijksjubilea van bloedverwanten, ernstige sociale problemen, militaire keuring, rijexamen etc. In al deze gevallen moeten verzoeken om verlof schriftelijk door de ouders worden ingediend bij de directie.
4. De leerlingen uit de examenklassen kunnen beperkt verlof krijgen om voorlichtingsdagen en introductiedagen mee te maken bij instituten waar zij na hun examen eventueel gaan studeren. Verzoeken om verlof hiervoor worden schriftelijk door de ouders ingediend bij de directie.
5. De leerlingen kunnen geen vakantie opnemen buiten de officiële schoolvakanties. Het eerder vertrekken en/of later terugkeren voor of na de officiële vakantiedatum is niet toegestaan.
6. Ongeoorloofd verzuim wordt bestraft met minstens het inhalen van de verzuimde tijd. Bij herhaling is schorsing en zelfs verwijdering mogelijk. Voor leerplichtige leerlingen wordt ongeoorloofd verzuim bovendien doorgegeven aan de leerplichtambtenaar.
Artikel 23: Schorsing.
1. Het bevoegd gezag kan een leerling met opgaaf van redenen voor een periode van ten hoogste een week schorsen.
2. Het besluit tot schorsing dient schriftelijk aan de ouders te worden medegedeeld.
3. Het bevoegd gezag stelt de inspectie van een schorsing voor een periode van langer dan een dag schriftelijk en met opgave van redenen in kennis.
Artikel 24: Definitieve verwijdering.
1. Het bevoegd gezag kan besluiten tot definitieve verwijdering van een leerling nadat deze en, indien deze minderjarig is, ook zijn ouders, in de gelegenheid is/zijn gesteld hier over te worden gehoord.
2. Definitieve verwijdering van een leerplichtige leerling geschiedt slechts na overleg met de inspectie. Hangende dit overleg kan de desbetreffende leerling worden geschorst.
3. Het bevoegd gezag stelt de inspectie van een definitieve verwijdering schriftelijk en met opgave van redenen in kennis.
4. Het besluit tot definitieve verwijdering van een leerling wordt schriftelijk en met opgave van redenen aan de ouders van de betrokkene medegedeeld, waarbij tevens de inhoud van artikel 24.5 en 24.6 wordt vermeld.
5. Binnen dertig dagen na dagtekening van de in artikel 24.4 bedoelde mededeling kan door de ouders, aan het bevoegd gezag schriftelijk om herziening van het besluit worden verzocht.
6. Het bevoegd gezag neemt zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen dertig dagen na ontvangst van het verzoek, na overleg met de inspectie en desgewenst andere deskundigen een beslissing op het verzoek om herziening, doch niet eerder dan nadat de leerling en zijn ouders in de gelegenheid zijn gesteld te worden gehoord en kennis hebben kunnen nemen van de op het besluit betrekking hebbende adviezen of rapporten.
7. Het bevoegd gezag kan de desbetreffende leerling, gedurende de behandeling van het verzoek om herziening van een besluit tot definitieve verwijdering de toegang tot de school ontzeggen.
8. Indien het een leerplichtige leerling betreft zal verwijdering plaatsvinden nadat de leerling elders geplaatst is of van de leerplicht is vrijgesteld.
D. Handhaving van het leerlingenstatuut.
Artikel 25: Geschillencommissie
1. De geschillencommissie bestaat uit een leerling, een ouder en een personeelslid en drie plaatsvervangers. Ze worden voorgedragen door respectievelijk de leerlingenraad, door de ouderraad en door de directie.
2. De algemeen directeur benoemt, in het algemeen het voorstel van de geledingen volgend, de leden en plaatsvervangende leden van de geschillencommissie. Indien de algemeen directeur het nodig acht van het voorstel af te wijken, wordt dit met redenen omkleed aan de geledingen meegedeeld.
3. De leden van de geschillencommissie worden benoemd voor een periode van twee jaar.
4. De schoolleiding stelt aan de commissie faciliteiten ter beschikking voor een goed functioneren van de commissie.
5. De namen van de commissieleden worden zo mogelijk gepubliceerd in het informatieboekje.
6. De geschillencommissie stelt een rooster van aftreden samen en zorgt voor de continuïteit van de samenstelling.
7. Personen uit alle geledingen kunnen geschillen betreffende rechten en plichten van leerlingen en vermeende onjuiste uitvoering van het leerlingenstatuut voorleggen aan de geschillencommissie.
8. Geschillen kunnen alleen schriftelijk en alleen bij de leden van commissie worden ingediend en kunnen eventueel mondeling worden toegelicht. Geschillen kunnen alleen in behandeling worden genomen indien alle andere procedures zijn doorlopen.
9. Ingeval van een klacht wordt de commissie zodanig samengesteld uit leden en plaatsvervangende leden, dat de afstand tot klager een beklaagde zo groot mogelijk is.
10. De geschillencommissie oordeelt of een klacht gegrond is of niet en doet op grond daarvan concrete aanbevelingen aan de schoolleiding.
11. De schoolleiding volgt in het algemeen het advies van de commissie op.
Indien de schoolleiding het nodig acht van het advies af te wijken, wordt dit met redenen omkleed aan de commissie medegedeeld.
12. Alle betrokkenen en de leden van de commissie kunnen tegen een uitspraak van de schoolleiding bij de algemeen directeur in beroep gaan.
13. De geschillencommissie toetst de geschillen aan het leerlingenstatuut.
14. De commissie stelt degene(n) tegen wie een klacht is ingediend in de gelegenheid verweer te voeren voor de commissie.
15. Degene(n) die een klacht ingediend heeft/hebben en degene(n) tegen wie een klacht is ingediend, kan/kunnen zich bij de behandeling ervan door de commissie laten bijstaan door een ander.
16. Door de betrokkenen en door de commissieleden kunnen eventueel ter zitting getuigen worden opgeroepen.
17. De zitting van de geschillencommissie is openbaar, tenzij een van de betrokkenen of een van de commissieleden verzoekt haar besloten te houden.
De uitspraak van de geschillencommissie is openbaar, tenzij een van de betrokkenen of een van de commissieleden verzoekt haar geheim te houden.
Artikel 26: Slotbepaling
In gevallen waarin dit statuut niet voorziet en voor zover het de rechten en plichten van de leerlingen betreft, beslist de directie.
Er is op school een leerlingenregistratie.
Het leerlingenregister staat onder verantwoordelijkheid van de schoolleiding.
In het leerlingenregister worden opgenomen:
• nationaliteit
• naam
• adres
• geboortedatum
• sekse
• sofi-nummer
• telefoonnummer
• namen van ouders
• gezinssamenstelling
• banknummer
• klas
• vakken
• schoolprestaties
• voorvallen uit het verleden
• voorgaande school/scholen
• bijzonderheden die direct betrekking kunnen hebben op de
onderwijssituatie.
• godsdienst
• culturele minderheid
Een leerling heeft het recht de gegevens die van hem/haar in het register zijn opgenomen, in te zien.
Het leerlingenregister is toegankelijk voor:
• de administratief medewerkers,
• mentoren,
• de afdelingsleiders,
• de schooldecanen,
• de leerlingbegeleiders,
• remedial-teachers,
• de schoolleiding,
• de algemeen directeur;
en voor de adresgegevens de gemeente en de Informatie Beheergroep
Versie 290805